Het niveau van opleidingen in het hoger onderwijs

Het vraagstuk van de evaluatie van het opleidingsniveau komt voort uit de kwaliteitszorg. Het werd actueel toen het hoger onderwijs in Europese landen werd geherstructureerd in bachelor- en masteropleidingen en kwaliteitsorganisaties wilden weten wat het feitelijke niveau van deze opleidingen is en hoe deze niveaus onderling met elkaar te vergelijken zijn. In Nederland krijgt het niveau vooral aandacht bij de accreditatie waar het als criterium verschijnt in de beoordelingskaders van de NVAO (2003) waarbij van de opleidingen wordt gevraagd het niveau weer te geven met kwantitatieve gegevens die valide en betrouwbaar zijn.

Om dit probleem hanteerbaar te maken is een internationaal ontwikkeld dat voorziet in een niveauconcept en een instrumentarium dat toegepast is in een aantal studies. Het doel van van deze instrumenten is het opleidingsniveau valide en betrouwbaar te meten. Tevens bieden deze mogelijkheden voor het systematisch (her) ontwerpen van een curriculum met een betrouwbaar te meten opleidingsniveau en het operationaliseren van complexe begrippen, zoals bijvoorbeeld 'excellentie'. De ontwikkeling van dit kader vond plaats in mijn promotie onderzoek (2012).

Het eindniveau wordt gemeten en geëvalueerd bij studenten in de laatste fase van de studie. Voor het vaststellen en verbeteren van dit niveau zijn de niveauonderzoeken tot stand gekomen. Uitvoering hiervan vindt plaats in vier stappen: planvorming, dataverzameling, data-analyse, en tenslotte reflectie en aanbevelingen voor verbetering.

In overleg met de opleiding wordt een plan van aanpak opgesteld. Dit omvat afspraken over de omvang van het onderzoek (representativiteit) en de methodes van dataverzameling (keuze uit zes). De data worden verzameld via kwalitatieve en kwantitatieve methoden. De analyses worden zo objectief mogelijk uitgevoerd met behulp van software programma's. De uitkomsten worden teruggekoppeld met studenten en docenten als leden van de opleidingscommissie en/of examencommissie. Deze aanpak levert concrete voorbeelden en empirische onderbouwing op voor de 'kritische reflectie' op de onderwerpen van de accreditatie. Mijn promotieonderzoek en mijn ervaring met kwaliteitszorg in het hoger onderwijs stellen mij in staat de methodes toe te passen.

Profiel

Als docent bij de opleiding Bedrijfskundige Informatica (BI) van Fontys Hogescholen, mijn eerste functie in het HBO (1985-2000), raakte ik al snel betrokken bij de eerste processen van zelfevaluatie en visitatie. Onder mijn leiding vonden deze plaats bij de opleiding BI.

Deze verantwoordelijkheid breidde zich uit naar vier opleidingen van de Faculteit Economie. Hierin concentreerde ik me vooral op de inhoud van het onderwijs, en op het proces van leren door studenten. Later was ik ook betrokken bij de zelfevaluatie en proefaccreditatie van Bedrijfseconomie (1991-1999). Bij de zelfevaluatie had ik voorstellen gedaan voor het kwaliteitszorgsysteem waarvan met de hogeschoolbrede implementatie onder mijn leiding na de visitatie een begin werd gemaakt (2000-2002).

Vanwege mijn belangstelling voor de kwaliteit van het onderwijs werkte ik vervolgens bij de HBO-Raad c.q. Vereniging voor Hogescholen in Den Haag als secretaris van visitatiecommissies. Hierna ging ik mee als onderzoeker in de verzelfstandiging van de afdeling kwaliteitszorg in de visiterende instantie NQA. Aanleiding voor dit onderzoek was het criterium over het 'opleidingsniveau' dat met kwantitatieve eisen verscheen in het beoordelingskader van de NVAO (2003). In samenwerking met clusters van opleidingen zijn diverse studies uitgevoerd (2002-2007).

Van 2008 tot 2012 heb ik aan de Universiteit Utrecht promotieonderzoek gedaan naar de ontwikkeling van een instrumentarium voor het evalueren van het niveau van opleidingen in het hoger onderwijs. Dit resulteerde in een internationaal kader en drie nationale en internationale studies waarin instrumenten zijn toegepast bij opleidingen. Grote delen van het onderzoek zijn gepubliceerd in internationaal geïndexeerde tijdschriften. Ze staan hieronder vermeld en ze zijn te vinden op deze website. Sinds de publicaties nemen verschillende peers in het hoger onderwijs (in Australië, Duitsland, Canada, VK) gepubliceerde ideeën als uitgangspunt en exploreren deze met data van hun eigen instelling en/of opleiding in het hoger onderwijs.

Tegenwoordig richt ik mij vanuit de organisatie van EduLevel B.V. op het meten en verbeteren van het niveau van opleidingen in het hoger onderwijs. Enkele voorbeelden van opdrachten zijn:

Het vaststellen en evalueren van het niveau van een HBO bachelor- en een HBO masteropleiding evenals het ontwikkelen van verbetervoorstellen.
Herontwerpen van een curriculum van een HBO masteropleiding
Het ontwikkelen en invoeren van een systeem van toetsen en beoordelen voor een WO masteropleiding.
Het operationeel maken van het begrip 'excellentie' voor een HBO bacheloropleiding.

Nederlands